Een goed begin is het halve werk. Een mooi gezegde uit de Nederlandse taal, maar in veel gevallen niet (altijd) waar. Zo is het wel heel pijnlijk als het niet het geval is bij een pasgeborene. Een goed begin is het verplichte werk zou hierbij het toepasselijk gezegde moeten zijn.
Als er in de familiesituatie eigenlijk geen plaats is voor de baby, of de moeder kan het niet aan, dan ontstaat er een levensgroot probleem. Ook voor jeugdzorg. Want iedereen vindt een baby’tje schattig, maar weinig mensen zijn bereid als pleegouder te functioneren als ze niet de zekerheid hebben dat ze het kind kunnen adopteren.
Baby’s blijven soms ook noodgedwongen in het ziekenhuis, terwijl ze daar natuurlijk niet de emotionele warmte krijgen die de baby nodig heeft. Het komt voor dat er dan met baby’s gesleurd wordt, om de paar weken of maanden een ander pleeggezin. In de eerste levensmaanden en jaren is het belangrijk dat baby’s zich hechten aan bekende en vertrouwde gezichten en personen. Het hoeven dan niet eens de biologische ouders te zijn, als er maar emotionele warmte en continuïteit word geboden.